Site map

Wat is een EPC

Tel: 0479/48.19.66.

 

Contactgegevens:

 

Tel: 0479/48.19.66

Fax:  03/777.93.61

 

Mail: info@all-epc.be

Web: www.all-epc.be

 

Gentstraat 46

9170 - Sint-pauwels

 

Demonie Sven

Erkenning: EP09949

BTW: 0816.980.619

ING: 363-0553132-78

Contact All-epc

EPC FAQ’s

EPC Aanvragen

Kostprijs EPC

Wat is een EPC

EPC

Elektriciteitskeuring

Tankkeuring

Kostprijs EPC

EPC

Elektriciteitskeuring

EPC aanvragen

Particulier EPC

Makelaar of Notaris

Contact All epc

links

EPC FAQ's

Wat is het EPC

Wat te doen

Toepassingsgebied

Energiedeskundige

Opmaak EPC

Controles EPC

EPC & EAP

Nieuwsbrieven

Meer controles

Op tijd

één jaar EPC

Handhaving EPC

Bekendheid EPC

Opleiding EPC

Beroepseer EPC'er

VEA logo

Epact software

Brochure EPC

Zware fouten

Bewijsstukken

Oriëntatie

Beschermd volume

Verliesoppervlakken

U-waarden

Ruimteverwarming

Warm water

Aanbevelingen

 

FAQ’s Energieprestatiecertificaat EPC

All epc > wat is een energieprestatiecertificaat EPC  > Kostprijs EPC  > EPC aanvragen > EPC FAQ’s

<< EPC nieuwsbrieven                                                           

 

Nieuwsbrief Energieprestatiecertificaat

 

Nieuwsbrief Energieprestatiecertificaten (EPC)

Vaak voorkomende vragen van energiedeskundigen type A (december 2009)

Naar aanleiding van de kwaliteitscontroles van verscheidene energieprestatiecertificaten heeft het VEA de veelgemaakte of zware fouten gebundeld. Een overzicht vindt u hieronder. Van de meeste fouten spreekt het eigenlijk voor zich dat ze niet gemaakt zouden mogen worden.

Visuele inspectie en bewijsstukken

De visuele inspectie primeert boven bewijsstukken. Energiedeskundigen moeten zich steeds vergewissen van de situatie ter plaatse en de volledige wooneenheid inspecteren. Voor de bepaling van de afmetingen mag er bijvoorbeeld niet a priori uitgegaan worden van de plannen, maar moet nagekeken worden of deze overeenstemmen met de werkelijkheid. Zowel afwijkingen van tijdens het bouwproces als van tijdens latere verbouwingen moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Ook wat betreft de samenstelling van de schil en de karakteristieken van de verwarmingsinstallatie worden de bewijsstukken waar het kan getoetst aan de visuele inspectie.
Energiedeskundigen mogen in geen geval uitgaan van wat de eigenaar vertelt zonder dat visuele inspectie of bewijsstukken deze informatie bevestigt. Vaststellingen moeten, waar dat kan, op meerdere plaatsen gecontroleerd worden. Er mogen in geen geval aannames gedaan worden die niet vermeld worden bij de veelgestelde vragen of het inspectieprotocol om bouwfysische eigenschappen van een gebouw te compenseren of op basis van de intuïtie van de energiedeskundige. Een ander muurtype invoeren om een verbeterde luchtdichtheid te compenseren is bijvoorbeeld niet toegestaan.

Oriëntatie

Om de zonnewinsten correct te laten berekenen door de software is een juiste invoer van de oriëntatie van belang. Zowel de invoer van een verkeerde hoofdoriëntatie als het omwisselen van gevels in de software komen voor.

Beschermd volume

Het stappenplan voor de bepaling van het beschermde volume moet zorgvuldig gevolgd worden. In het bijzonder moeten zolders waarvan meer dan 10% van de verliesoppervlakte niet geïsoleerd is of begrensd door het beschermde volume verder getoetst worden aan het stappenplan. Meer algemeen behoort een ruimte waarvan 90% of meer van de totale verliesoppervlakte rondom rond geïsoleerd is of begrensd door het beschermde volume tot het beschermde volume. Ook de regels met betrekking tot de bruikbare vloeroppervlakte moeten zorgvuldig gevolgd worden.

Verliesoppervlakken

Voor het bepalen van de verliesoppervlakken worden de randen van het beschermde volume, waarbij gerekend wordt met buitenafmetingen, beschouwd. Geveltippen van zolders die niet behoren tot het beschermde volume worden bijvoorbeeld niet als verliesoppervlak ingerekend. Wat betreft de verticale warmteverliezen wordt in dat geval enkel de zoldervloer en niet de zoldervloer én het bovenliggende – al dan niet geïsoleerde – dakvlak ingevoerd.
Muren die grenzen aan collectieve ruimtes, en in het bijzonder aan gemeenschappelijke traphallen, worden niet beschouwd als verliesoppervlakken en worden dus ook niet ingevoerd in de software.
Wanneer een wooneenheid wordt ingevoerd met aanbouwen en insprongen moet er zorg voor gedragen worden dat dit op een correcte manier gebeurt.

U-waarden

Zoals voor alle andere vaststellingen, moeten het inspectieprotocol en de veelgestelde vragen ook voor het type constructie, de isolatie en de luchtspouw strikt gevolgd worden. Op plaatsen waar niet vastgesteld kan worden of er een spouw breder dan 2 cm aanwezig is, moet ‘spouw onbekend’ ingevoerd worden. Als deze er niet is ‘spouw afwezig’. Isolatiemateriaal en -dikte kunnen vaak vastgesteld worden in spleten waar twee constructiedelen samenkomen. Als het mogelijk is moet er op verschillende plaatsen gekeken worden. Wanneer niet achterhaald kan worden of er isolatie aanwezig is, dan wordt ‘isolatie onbekend’ ingevoerd. Als er geen isolatie geplaatst werd ‘isolatie afwezig’.
Begrenzingen moeten volgens werkelijkheid ingevoerd worden als de software dit toelaat. Vooral bij vloeren, waarbij voor de begrenzing standaard in de software buiten ingevuld is, worden op dit aspect veel fouten gemaakt.
Voor kunststoframen kan niet visueel vastgesteld worden of het om één- of meerkamerprofielen gaat. Als er geen bewijsstukken zijn die het tegendeel aantonen worden éénkamerprofielen ingevoerd.
Met betrekking tot beglazing worden door energiedeskundigen veelvuldig veronderstellingen gedaan die afwijken van het inspectieprotocol. Dit is in geen geval toegestaan. Hoogrendementsglas mag enkel ingevoerd worden aan de hand van een positieve vlammentest of de door het inspectieprotocol aanvaarde bewijsstukken. Beglazing met een coating die na de plaatsing van de ramen aangebracht werd, wordt hierbij niet beschouwd als hoogrendementsglas. Wanneer geen informatie over het bouwjaar beschikbaar is of niet aangetoond kan worden dat de U-waarde kleiner is dan 1,4 W/m2K of dat er een magnetroncoating werd aangebracht, dan wordt voor deze ramen ‘hoogrendementsbeglazing < dan 2000’ aangeklikt.
Deuren, poorten en vulpanelen waarvan niet kan aangetoond worden dat deze geïsoleerd zijn, moeten als ‘niet-geïsoleerd’ ingevoerd worden in de software.
Als er geen EPB-aangifte met de overeenstemmende invoergegevens beschikbaar is mag het invoerveld ‘U-waarde EPB-aangifte’ nooit ingevuld worden.
Wanneer er twijfel is tussen verschillende muurtypes moet steeds het slechtste muurtype ingevoerd worden. Bij het vaststellen van muurtype 2 moet van de totale dikte van de muur de dikte van de isolatie en spouw afgetrokken worden. Als er hierover twijfel bestaat wordt er voor muurtype 1 gekozen.

Ruimteverwarming

Zowel wat betreft de ruimteverwarming als het sanitair warm water is het handig beroep te doen op - al dan niet virtuele (internet) - technische documentatie op basis van merk en productnaam.
Wanneer er een buitenvoeler vastgesteld wordt, dan moet deze zowel voor de regeling van de watertemperatuur van de ketel als de regeling van de verwarmingsinstallatie ingevoerd worden. Als er geen buitenvoeler aanwezig is, mag deze in geen geval aangeduid worden.
Condenserende ketels zijn te herkennen op basis van de technische documentatie, de aanwezigheid van een condensafvoer of het label dat overeenstemt met dit type ketel. Als dit niet het geval is, dan mag er geen condenserende ketel ingevoerd worden.
De plaats van de stookinrichting – binnen of buiten het beschermde volume – moet correct aangegeven worden. Als de ketel zich buiten het beschermde volume bevindt en er zijn ongeïsoleerde leidingen aanwezig, dan moeten deze aangegeven worden met inachtneming van de juiste lengte.

Sanitair warm water

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gewone leidingen en circulatieleidingen. Bij circulatieleidingen circuleert permanent warm water zodat bij de aftappunten meteen warm water beschikbaar is. Het water in deze circulatieleidingen moet daarom permanent op temperatuur gehouden worden. Bij gewone leidingen stroomt er alleen warm water door de leidingen als er warmtevraag is. Bij de aftappunten zal gewacht moeten worden tot het warme water van de opwekker tot het aftappunt gestroomd is. Het juiste type leiding moet aangegeven worden evenals de lengte in het geval van gewone leidingen, en de aanwezigheid van isolatie in het geval van circulatieleidingen.

Aanbevelingen

Op het energieprestatiecertificaat worden automatisch op basis van de invoergegevens aanbevelingen gegenereerd. Deze aanbevelingen zijn niet bedoeld als maatwerkadvies omdat ze niet het resultaat zijn van een doorgedreven energie-audit. Soms is het dan ook raadzaam om deze aanbevelingen toe te lichten of te nuanceren in het vrije invoerveld voor de energiedeskundige. De tekst hiervan verschijnt op het certificaat.
Hieronder vindt u de mogelijke situaties wanneer deze toelichting kan gebruikt worden:
• Als een aanbeveling enkel van toepassing is op een deel van de wooneenheid:
o Bijvoorbeeld: De aanbeveling ‘vervang enkel glas door hoogrendementsglas’ is enkel van toepassing op de ramen in de garage.
• Als volgens het inspectieprotocol moet worden uitgegaan van de waarde ‘onbekend’ dan mag de energiedeskundige dit vermelden.
o Bijvoorbeeld: Voor de isolatie van de vloer wordt bij de berekening uitgegaan van de waarde ‘onbekend’, omdat ….
• Als een aanbeveling verschijnt voor het plaatsen van ‘extra isolatie’ en als de aanwezige isolatie kan aangetoond worden (vaststellingen of bewijsstukken). De deskundige vermeldt dan bijkomend: het type isolatie, de dikte van de isolatie en de eventuele lambda- of u-waarde van de isolatie. Deze toelichting kan natuurlijk niet worden gebruikt indien volgens het inspectieprotocol wordt uitgegaan van de waarde ‘onbekend’.
o Bijvoorbeeld: De 4 cm minerale wol (merknaam) in het dak voldoet niet aan de 0,4W/m²K.
o Bijvoorbeeld: In het hellende dak van de aangrenzende onverwarde ruimte boven de eerste verdieping bevindt zich 12 cm minerale wol.

Het spreekt voor zich dat geen enkele van de toelichtingen van de energiedeskundige in strijd mag zijn met het inspectieprotocol. Deze toelichtingen zijn enkel bedoeld om bijkomende informatie of verduidelijkingen te verstrekken.
Voor een volgende versie van de software wordt geëvalueerd op welke manier de aanbevelingen op een preciezere manier kunnen verschijnen.

 

 

Bron: Vlaams energie agentschap (www.energiesparen.be)